Rijksmap › Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid › DG Werk › rapport
Omgaan met ongewenste omgangsvormen. Toegevoegde waarde van een gedragscode
Open het rapport bij de bron Toon dit rapport in de interactieve RijksmapWaar gaat dit rapport over?
Onderzoek naar de vraag of een gedragscode kan helpen om pesten, seksuele intimidatie, discriminatie, agressie en geweld op de werkvloer te voorkomen en te bestrijden. Het combineert literatuurstudie, analyse van 48 gedragscodes, een telefonische enquete onder 400 arbeidsorganisaties, interviews met deskundigen en zeven casestudies bij bedrijven met en zonder code. Grote organisaties hebben vrijwel altijd een gedragscode: 92 procent bij minstens honderd werknemers, tegen 48 procent van alle organisaties met meer dan vijf werknemers; in 79 procent van de codes komen ongewenste omgangsvormen aan bod en in 82 procent staat wat iemand kan doen die ermee te maken krijgt. Codes ontstaan vaker naar aanleiding van incidenten dan uit preventie, worden nauwelijks geimplementeerd of onder de aandacht gebracht en medewerkers worden zelden bij het opstellen betrokken. De geraadpleegde organisaties denken zelf niet dat hun code ongewenst gedrag voorkomt. Deskundigen zien weinig in een uitgewerkte landelijke gedragscode omdat die maatwerk en dialoog ondergraaft; zij bepleiten hooguit een voorbeeld op hoofdlijnen, een checklist of een procesbeschrijving.
Risicothema's
OrganisatiecultuurGezondheid, veiligheid en beveiligingVeranderende wet- en regelgeving
Waarom deze indeling: De kern is gedrag en omgangsvormen binnen organisaties en de vraag hoe een gedragscode levend wordt gehouden, met voorbeeldgedrag van het management als succesfactor (culture). Ongewenste omgangsvormen zijn een arbeidsrisico onder psychosociale arbeidsbelasting en raken de veiligheid en gezondheid van werknemers (hse). Het kader wordt gevormd door de Arbeidsomstandighedenwet en de vraag of een landelijke gedragscode verplicht zou moeten worden (laws).
Toegekend met een AI-model (Opus 5) op basis van de zestien thema's van Risk in Focus; niet door mensen gevalideerd. Om de labels beter te onderbouwen gaan we ze gefaseerd herbeoordelen met een tweede, onafhankelijk model van een andere aanbieder (OpenAI naast Anthropic); vanwege tokenlimieten gebeurt dat stapsgewijs. Ziet u een fout? Laat het weten.
Waar hoort dit rapport bij?
- Ministerie
- Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Organisatieonderdeel
- DG Werk
- Bron
- Onderzoeken en evaluaties: De Beleidsonderzoekers
- Toegepaste standaard
- Risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E)
- Datum
- 2018-12-31
Bronnen
- Het rapport zelf
- originele publicatie
- Omschrijving
- samenvatting door een AI-model (Opus 5) op basis van de publicatie
- Risicolabels
- toegekend met een AI-model (Opus 5) volgens de zestien thema's van Risk in Focus (ECIIA), niet door mensen gevalideerd
- Indeling bij een onderdeel
- rapportreview van de Rijksmap, op basis van de organisatie die in het rapport wordt genoemd
- Bijgewerkt
- augustus 2026
Andere rapporten over DG Werk
- 2026-07-20Rapportage inzake afbakening en financiering van beoogde DAEB ten behoeve van de kinderopvangsectorPwC
- 2026-06-22Kwaliteit van de Nederlandse kinderopvang. De kinderdagopvang, peuteropvang, buitenschoolse opvang in beeldUniversiteit Utrecht en Sardes
- 2026-06-22Kwaliteit van de Nederlandse gastouderopvang: analyses op basis van de gecombineerde gegevens metingen 2017-2025Universiteit Utrecht en Sardes
- 2026-06-17Rapport dossiers vertrouwensinspecteurs kinderopvangInspectie van het Onderwijs
- 2026-06-11Tijd om te zorgen: evaluatie van het betaald ouderschapsverlof; bereik, gebruik, effecten en doelmatigheidSEO Economisch Onderzoek, Ipsos I&O en Universiteit Utrecht
- 2026-05-18Duurzame Inzetbaarheid in Nederland in 2025. Resultaten van de Monitor DITNO