Rijksmap

Rijksmap › Ministerie van Economische Zaken en Klimaat › DG Klimaat en Energie › rapport

Methaan uit niet-biogene (afval)stromen

2023-05-31 · Onderzoeken en evaluaties: CE Delft · standaard Extern onderzoek · Toezicht & onderzoek

Open het rapport bij de bron Toon dit rapport in de interactieve Rijksmap

Waar gaat dit rapport over?

AI-samenvatting

CE Delft verkende voor het ministerie van Economische Zaken en Klimaat of het zinvol is niet-biogeen afval, vooral plastic, te vergassen tot methaan voor het gasnet. Van het Nederlandse plasticafval werd in 2020 ongeveer 28 procent gerecycled; de rest gaat vooral naar afvalverbranding en cementovens. Door hogere recyclingdoelen blijft er richting 2030 nog maar zo'n 400 kiloton plasticafval over voor andere toepassingen, terwijl alle sectorplannen samen minstens 1.975 kiloton opeisen. Bij die schaarste scoort vergassing tot methaan laag: het energetisch rendement is 65 tot 80 procent, tegen gemiddeld ongeveer 200 procent voor mechanische recycling, en de CO2-winst is klein. Prioritering tussen de toepassingen is daarom nodig.

Risicothema's

Klimaat, biodiversiteit en milieuMarktverandering en concurrentieToeleveringsketen, uitbesteding en derden

Waarom deze indeling: De verkenning vergelijkt via een screening-LCA de klimaatimpact van tien verwerkingsroutes voor plasticafval, van 1,8 kg CO2-eq. per kg bij de gemiddelde Nederlandse AVI tot min 2,6 kg bij mechanische recycling, en concludeert dat vergassing naar methaan met 65 tot 80 procent energetisch rendement en een score van min 0,2 duidelijk minder presteert dan recycling en de hoogrendement-AVI met CCS. Marktschaarste staat centraal: tegenover circa 1.200 kton plasticafval in 2030 staan claims van minimaal 1.975 en maximaal 3.370 kton uit recycling, cementovens, AVI's, luchtvaartbrandstof en vergassing, waarbij vergassing subsidie van circa 27 euro per ton afval nodig heeft terwijl verbranding juist 33,58 euro heffing oplevert. De beschikbaarheid en samenstelling van de afvalstromen, inclusief RDF, SRF en de aanname dat er netto weinig import beschikbaar is, bepalen het potentieel.

Toegekend met een AI-model (Opus 5) op basis van de zestien thema's van Risk in Focus; niet door mensen gevalideerd. Om de labels beter te onderbouwen gaan we ze gefaseerd herbeoordelen met een tweede, onafhankelijk model van een andere aanbieder (OpenAI naast Anthropic); vanwege tokenlimieten gebeurt dat stapsgewijs. Ziet u een fout? Laat het weten.

Waar hoort dit rapport bij?

Ministerie
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat
Organisatieonderdeel
DG Klimaat en Energie
Onderdeel volgens het rapport
DG Klimaat en Energie
Bron
Onderzoeken en evaluaties: CE Delft
Toegepaste standaard
Extern onderzoek
Datum
2023-05-31

Bronnen

Het rapport zelf
originele publicatie
Omschrijving
samenvatting door een AI-model (Opus 5) op basis van de publicatie
Risicolabels
toegekend met een AI-model (Opus 5) volgens de zestien thema's van Risk in Focus (ECIIA), niet door mensen gevalideerd
Indeling bij een onderdeel
rapportreview van de Rijksmap, op basis van de organisatie die in het rapport wordt genoemd
Bijgewerkt
augustus 2026

Andere rapporten over DG Klimaat en Energie

Alle openbaar bekende rapporten over DG Klimaat en Energie